Begrippen - ~ T ~



A-B-C- D-E-F- G-H-I- J-K-L- M-N-O- P-Q-R- S-T-U- V-W-X-Y- Z

Tableren

Het bewerken van fondant of couverture op een stenen ondergrond.

Tartelette

Kleintaartje.

Timbale

Een gladde kegelvormige vorm.

Trancheren

Het aan plakken snijden van vlees of vis met een lang dun mes.(trancheeermes)

Tremperen

Iets drenken met een likeur. (marasquin).

Toeren

Bladerdeeg uitrollen en vouwen noemt men toeren.(Hollandse korst wordt 3 x getoerd. Franse korst wordt 4 x getoerd.

Tiroliënne

Een mengsel van een halfdeel amandelen, een halfdeel hazelnoten en één deel suiker en 10% bloem dat is fijn gemalen.

Tempereren

Chocolade op temperatuur brengen om te verwerken.



A-B-C- D-E-F- G-H-I- J-K-L- M-N-O- P-Q-R- S-T-U- V-W-X-Y- Z