Begrippen - ~ A ~



A-B-C- D-E-F- G-H-I- J-K-L- M-N-O- P-Q-R- S-T-U- V-W-X-Y- Z

Aanzetten

Het aanbrengen van b.v. geschaafde, gebruneerde amandeltjes om een taart of gebak.

Ook verhitten en kleuren van ingrediënten.

Aanzetstaal

Een lang rond stuk ruw metaal (vijl) , wordt gebruikt om een mes aan te zetten.(ontdoen van bramen)

Abricoteren

Gebak en koekjes bedekken met een laagje abrokozenmoes.

Afschuimen

Het laagje schuim verwijderen dat ontstaat bij het koken van vloeistof of bereiding van bijvoorbeeld jam of stroop.

Amandelspijs

Een mengsel van gelijke delen gepelde amandelen en suiker met wat citroenrasp fijn gedraaid tot de grootte van een suikerkorrel.

Anglaise

Een mengsel van Eiwit, olie, peper en zout. Losgeklop. Wordt gebruikt voor het paneren van v.b. kroketten, vis e.a. te paneren producten.

Arroseren

Het arroseren van vlees of vis is een garingstechniek en wordt gedaan tijdens het braden in een koekenpan of braadslee. Men schept voortdurend heet vet plus het braadvocht over het stukje vlees of vis om het gelijkmatig te laten garen. Vlees of vis hoeven hierbij niet gekeerd te worden.

Aspic

Recept

Kleine pudding van vlees, vis, gevogelte, groenten, enz. overwegend gevat in heldere gelei.

Au Bain Marie

Een bak of pan gevuld met water. Deze wordt verwarmd op een warmtebron ± 95° Celcius(gas, kookplaat, o.i.d.)Hierin worden gerechten warm gehouden in de pan. Op de pan/bekken wordt een schaal van een groter formaat gezet zodat deze warm wordt.

PAS OP VOOR VERBRANDEN !!!    HETE STOOM !!!

Au gratin

Een bepaald gerecht bestrooien met paneermeel, boter en eventueel geraspte kaas. Daarna in de oven tot een bruin korstje bakken.



A-B-C- D-E-F- G-H-I- J-K-L- M-N-O- P-Q-R- S-T-U- V-W-X-Y- Z